Automatische besturing activeren en bedienen
Als de automatische besturing geactiveerd is, neemt het besturingssysteem de controle van de besturingsmechanismen over, zodra het in de toepassing TRACK-Leader een geleidingslijn heeft geregistreerd.
Procedure
- þ
- U hebt aan alle voorwaarden voldaan. Zie hoofdstuk: Terminal voorbereiden voor het werken met TRACK-Leader AUTO
- þ
- U bevindt zich op de akker.
- 1.
- Start de voertuigmotor.
- 2.
- Schakel de terminal in.
- 4.
- Open de toepassing TRACK-Leader.
- 5.
- Raak “Navigatie” aan.
- ⇨
- Het werkscherm verschijnt.
- 6.
- Wacht tot de stuurjobcomputer opgestart is.
- ⇨
- De volgende melding verschijnt:
“TRACK-Leader AUTO en ECU-S1:
Lees de documentatie en met name de veiligheidsinstructies van het systeem voordat u het systeem in gebruik neemt en volg deze informatie op.”
- ⇨
- De stuurjobcomputer is opgestart.
- 7.
- Bevestig.
- 9.
- Controleer of in de regel “Parameterset” het juiste voertuigprofiel ingesteld is.
- 10.
- Raak
aan wanneer het voertuigprofiel klopt. Klopt het niet, kies dan in de Virtual ECU het juiste voertuig- en machineprofiel.
- ⇨
- Rechts in het werkscherm ziet u het functiesymbool
. Het systeem kan niet worden geactiveerd tot u een AB-lijn aanmaakt.
- 12.
- Controleer of het gps-signaal goed is.
- 13.
- Maak een AB-lijn aan. Bij het aanmaken van een AB-lijn moet u het voertuig handmatig besturen.
- 14.
- Zodra u punt B hebt aangemaakt, kunt u het besturingssysteem activeren. Het is van belang dat het voertuig langzaam in de bewerkingsrichting rijdt, zodat de richting correct wordt herkend.
- 15.
- Er zijn meerdere mogelijkheden om de automatische besturing te activeren:
Mogelijkheid 1: Raakaan.
Mogelijkheid 2:- Druk gedurende ca. één seconde op de toets “AUTO”.
Mogelijkheid 3: Gebruik de optionele voetschakelaar.
Mogelijkheid 4: Bij TRACK-Leader AUTO Iso bij sommige voertuigmodellen bijkomend via een activeringstoets in het voertuig of via het kopakkerbeheer. Volg de gebruikershandleiding van het voertuig.
- ⇨
- Het besturingssysteem wordt geactiveerd. Het neemt de controle over de besturing over.
- 16.
- Rijd tot aan de kopakker.
- 17.
- Wanneer u de kopakker bereikt, deactiveert u het besturingssysteem. In het volgende hoofdstuk leest u hoe u dit doet.
- 18.
- Keer handmatig.
- 19.
- Na het keren stuurt u het voertuig tot de volgende AB-lijn wordt gedetecteerd, dus blauw wordt gemarkeerd.
- 20.
- Activeer de automatische besturing.
- ⇨
- Het besturingssysteem wordt weer geactiveerd.
- 21.
- Uw voornaamste taak is nu de snelheid te regelen en te stoppen wanneer dit nodig is.