Terminal voorbereiden voor het werken met TRACK-Leader AUTO
Procedure
Voordat u TRACK-Leader AUTO voor het eerst gebruikt, moet u enkele instellingen op de terminal uitvoeren:
- 1.
- Activeer de licentie “TRACK-Leader AUTO” in de toepassing “Service” van de terminal. In de gebruikershandleiding van de terminal leest u hoe u een licentie activeert.
- 2.
- Wanneer u een AG-STAR of een SMART-6L gebruikt, activeert u het gps-stuurprogramma “TRACK-Leader AUTO”. Bij de NAV-900 dient u het gps-stuurprogramma “NAV-900” te activeren. In de gebruikershandleiding van de terminal leest u hoe u gps-stuurprogramma's activeert.
- 3.
- In TRACK-Leader: Onder “Instellingen” / “Algemeen” activeert u de parameter “TRACK-Leader AUTO”.
- 4.
- Sluit een jobcomputer aan of activeer een virtuele jobcomputer in de toepassing Virtual ECU.
- 5.
- Zorg dat in de instellingen van TRACK-Leader AUTO het correcte voertuigprofiel is geselecteerd.
- 6.
- Wanneer u TRACK-Leader AUTO eSteer gebruikt, importeert u bovendien de initiële waarde voor de parameter “Opheffen door handmatige sturing”.