Bedieningselementen op het werkscherm
In dit hoofdstuk vindt u een overzicht van de meeste functiesymbolen die op het werkscherm van de toepassing kunnen verschijnen, met de desbetreffende functie.
Functiesymbool | Functie / hoofdstuk met meer informatie |
Geeft de tweede pagina met functiesymbolen weer. | |
Verlaat het werkscherm en beëindigt de navigatie of geeft de eerste pagina met functiesymbolen weer. | |
Functiesymbolen voor akkergrensinstellingen weergeven. Er verschijnen verdere functiesymbolen. | |
Op het navigatiebeeldscherm wordt rond de akker een rode lijn getrokken. Dat is de akkergrens. | |
De akkergrens wordt gewist. | |
Keuze van de spuitboompositie voor de bepaling van akkergrenzen openen. Opent een selectie waarin u kunt beslissen op welke positie van de spuitboom de akkergrens moet worden bepaald. | |
Bepaling van de akkergrens starten Start de bepaling van de akkergrens met de gekozen spuitboompositie. | |
Bepaling van de akkergrens stoppen Stopt en annuleert de bepaling van de akkergrens met de gekozen spuitboompositie. | |
Bepaling van de akkergrens pauzeren Pauzeert de bepaling van de akkergrens met de gekozen spuitboompositie. | |
Bepaling van de akkergrens voortzetten Zet de bepaling van de akkergrens met de gekozen spuitboompositie voort en trekt een rechte lijn naar het punt waar de bepaling werd gepauzeerd. | |
Bepaling van de akkergrens beëindigen Beëindigt de bepaling van de akkergrens met de gekozen spuitboompositie en trekt een rechte lijn naar het uitgangspunt voor de bepaling. | |
Keuze van de spuitboompositie voor de bepaling van bewerkingsvrije zones openen. Opent een selectie waarin u kunt beslissen op welke positie van de spuitboom de bewerkingsvrije zone moet worden bepaald. | |
Bepaling van de bewerkingsvrije zone starten Start de bepaling van de bewerkingsvrije zone met de gekozen spuitboompositie. | |
Bepaling van de bewerkingsvrije zone stoppen Stopt en annuleert de bepaling van de bewerkingsvrije zone met de gekozen spuitboompositie. | |
Bepaling van de bewerkingsvrije zone pauzeren Pauzeert de bepaling van de bewerkingsvrije zone met de gekozen spuitboompositie. | |
Bepaling van de bewerkingsvrije zone voortzetten Zet de bepaling van de bewerkingsvrije zone met de gekozen spuitboompositie voort en trekt een rechte lijn naar het punt waar de bepaling werd gepauzeerd. | |
Bepaling van de bewerkingsvrije zone beëindigen Beëindigt de bepaling van de bewerkingsvrije zone met de gekozen spuitboompositie en trekt een rechte lijn naar het uitgangspunt voor de bepaling. | |
Functiesymbolen verschijnen alleen maar, wanneer SECTION-Control is gedeactiveerd en u geen werkstandsensor hebt. | |
Markering van de bewerkte oppervlakte annuleren | |
SECTION-Control verandert van werkmodus. | |
Symbool is gedeactiveerd, omdat er een akkergrens ontbreekt. | |
Roept een scherm op waarin u de kopakker kunt definiëren. | |
Het precieze uitzicht van de vlaggen hangt af van de geactiveerde geleidingsmodus. Punt A van de AB-lijn wordt geplaatst. | |
Druk gedurende drie seconden op de functietoets. Geleidingslijnen worden gewist. | |
Presentatie van het werkscherm wijzigen De volledige akker wordt weergegeven. | |
De omgeving van het voertuig wordt weergegeven. | |
Het scherm voor configuratie van de geleidingslijnen verschijnt. | |
Het precieze uitzicht hangt af van de geactiveerde geleidingsmodus. | |
De veronderstelde rijrichting werd gewisseld. | |
3D-aanzicht wordt geactiveerd | |
2D-aanzicht wordt geactiveerd | |
Het scherm met de hindernisregistratie verschijnt. | |
Als u hierop drukt, wordt de aangenomen rijrichting gewijzigd. | |
Als u hierop drukt, wordt de aangenomen rijrichting gewijzigd. | |
(3 sec. lang ingedrukt houden). De geleidingslijnen worden naar de actuele positie van het voertuig geschoven. | |
Functiesymbolen voor het instellen van het referentiepunt en voor de kalibrering van het gps-signaal verschijnen: | |
TRAMLINE-Management verandert van werkmodus | |