Company logo
BedieningshandleidingZoekenInhoudsopgaveHome
 
 
Kopakker bewerken
 
In de kopakker kunt u geleidingslijnen aanleggen die rond de akker lopen.
 
 
Voordelen:
U kunt de kopakker na het binnenste deel van de akker bewerken. Daardoor blijven na het bewerken van de kopakker geen restanten van sproeimiddel op de banden achter.
SECTION-Control schakelt de secties uit die zich tijdens het bewerken van de akker in het gebied van de kopakker bevinden.
 
 
Functiesymbool
Wanneer het symbool verschijnt, is de software in deze toestand
Wanneer u de functietoets naast het symbool indrukt, gebeurt het volgende
Kopakker is gedeactiveerd en is bij deze akker nog nooit geactiveerd.
De akkergrens is nog niet ingevoerd.
Kan niet worden ingedrukt.
Kopakker is niet geactiveerd.
Verschijnt pas wanneer de akkergrens wordt ingevoerd.
Roept een masker op waarin u de kopakker kunt definiëren.
U kunt nu het binnenveld bewerken.
SECTION-Control bewerkt alleen het binnenveld. De secties worden uitgeschakeld bij de overgang naar de kopakker.
Parallelgeleiding in het binnenveld is geactiveerd.
Parallelgeleiding in de kopakker wordt geactiveerd.
U kunt nu de kopakker bewerken.
Parallelgeleiding in het binnenveld wordt geactiveerd.
 
 
 
Procedure
 
 
 
De parameters verschijnen slechts een keer: bij de aanmaak van de kopakker. Wanneer u dus een akkergrens laadt die ook een kopakker heeft, kunt u de kopakkerinstellingen alleen als volgt wijzigen:
1.
 TL_Vorgewende_sperren (lang duwen) - Wis de kopakker.
2.
 TL_vorgewende_erzeugen - Maak hem nog eens aan.
 
 
 
Parameter
 
 
 
 
U kunt volgende parameters configureren:
 
 
"Kopakkerbreedte"
 
Geef hier op hoe breed de kopakker moet zijn. Als basis kunt u de werkbreedte van de breedste machine, bijvoorbeeld de veldspuit, invoeren.
 
 
"Geleidingslijnafstand"
 
Voer hier in hoe ver de geleidingslijnen van elkaar verwijderd moeten zijn. Dit komt in principe overeen met de werkbreedte van de gebruikte machine.
 
 
“Minimale draairadius”
 
Opdat de lijnen in de kopakker zich niet onder 90° kruisen, kunt u hier een radius invoeren die uw voertuig met het aanbouwapparaat kan rijden.
 
 
“Geleidingslijnen automatisch aanmaken”
 
Wanneer u deze optie activeert, maakt de terminal automatisch geleidingslijnen voor het binnendeel van de akker aan. De geleidingslijnen worden als rechte parallelle lijnen getekend.
 
Hierbij worden drie geleidingslijnrecords in de map met geleidingslijnrecords aangemaakt zodat u zelf kunt kiezen in welke richting u de akker wilt bewerken. De geleidingslijnrecords heten “Kopakker” 1 tot 3.
 
Lees verder hoe u een geleidingslijnrecord kiest: Geleidingsmodus selecteren
 
 
"Modus Halve Breedte"
 
Parameter alleen voor zaaimachines.
 
Stel de parameter in op „ja“ wanneer u met de zaaimachine rijstroken voor de veldspuit wilt aanmaken en daarbij beide rijstroken in een passage wilt aanleggen.
 
In deze modus worden de geleidingslijnen zo aangelegd, dat de zaaimachine bij de eerste of tweede passage enkel met een halve werkbreedte kan werken.
 Halbseitenmodus
 
 
 
 
Procedure
 
 
 
þ
Een akker met akkergrens is geladen.
1.
Nieuwe navigatie starten.
Er wordt een akker met akkergrenzen en met een ongemarkeerde kopakker weergegeven.
 TouchME - Leeres Feld
2.
 TL_vorgewende_erzeugen - Roep de parameters van de kopakker op.
Er verschijnen parameters.
3.
Voer de parameters in:
4.
 Back - Verlaat het masker.
In het werkscherm wordt het gebied van de kopakker oranje gemarkeerd.
 TouchME - Feld mit Vorgewende
5.
Bewerk het binnenveld.
Na de bewerking is het binnenveld groen en de kopakker oranje:
 TouchME-Feldinneres bearbeitet
6.
 TL_Vorgewende_freigeben - Activeer de parallelgeleiding in de kopakker.
 TL_Vorgewende_sperren - verschijnt in het werkscherm.
De kopakker wordt grijs gemarkeerd.
 TouchME - Vorgewende 1
In de kopakker verschijnen geleidingslijnen.
7.
Bewerk de kopakker.
 TouchME - Bearbeitung des Vorgewendes