Kopakker bewerken
In de kopakker kunt u geleidingslijnen aanleggen die rond de akker lopen.
Voordelen:
- ▪
- U kunt de kopakker na het binnenste deel van de akker bewerken. Daardoor blijven na het bewerken van de kopakker geen restanten van sproeimiddel op de banden achter.
- ▪
- SECTION-Control schakelt de secties uit die zich tijdens het bewerken van de akker in het gebied van de kopakker bevinden.
Procedure
De parameters verschijnen slechts een keer: bij de aanmaak van de kopakker. Wanneer u dus een akkergrens laadt die ook een kopakker heeft, kunt u de kopakkerinstellingen alleen als volgt wijzigen:
Parameter
U kunt volgende parameters configureren:
- ▪
- "Kopakkerbreedte"
- Geef hier op hoe breed de kopakker moet zijn. Als basis kunt u de werkbreedte van de breedste machine, bijvoorbeeld de veldspuit, invoeren.
- ▪
- "Geleidingslijnafstand"
- Voer hier in hoe ver de geleidingslijnen van elkaar verwijderd moeten zijn. Dit komt in principe overeen met de werkbreedte van de gebruikte machine.
- ▪
- “Minimale draairadius”
- Opdat de lijnen in de kopakker zich niet onder 90° kruisen, kunt u hier een radius invoeren die uw voertuig met het aanbouwapparaat kan rijden.
- ▪
- “Geleidingslijnen automatisch aanmaken”
- Wanneer u deze optie activeert, maakt de terminal automatisch geleidingslijnen voor het binnendeel van de akker aan. De geleidingslijnen worden als rechte parallelle lijnen getekend.
- Hierbij worden drie geleidingslijnrecords in de map met geleidingslijnrecords aangemaakt zodat u zelf kunt kiezen in welke richting u de akker wilt bewerken. De geleidingslijnrecords heten “Kopakker” 1 tot 3.
- Lees verder hoe u een geleidingslijnrecord kiest: Geleidingsmodus selecteren
- ▪
- "Modus Halve Breedte"
- Parameter alleen voor zaaimachines.
- Stel de parameter in op „ja“ wanneer u met de zaaimachine rijstroken voor de veldspuit wilt aanmaken en daarbij beide rijstroken in een passage wilt aanleggen.
- In deze modus worden de geleidingslijnen zo aangelegd, dat de zaaimachine bij de eerste of tweede passage enkel met een halve werkbreedte kan werken.
Procedure
- þ
- Een akker met akkergrens is geladen.
- 1.
- Nieuwe navigatie starten.
- ⇨
- Er verschijnen parameters.
- 3.
- Voer de parameters in:
- 5.
- Bewerk het binnenveld.
- ⇨
- In de kopakker verschijnen geleidingslijnen.
- 7.
- Bewerk de kopakker.