Company logo
BedieningshandleidingZoekenInhoudsopgaveHome
 
 
Automatisch aangemaakte geleidingslijnen gebruiken
 
Het systeem kan geleidingslijnen automatisch aanmaken:
In de kopakker.
In het binnenste deel van de akker. Dit geval wordt hier beschreven.
Door het gebruik van deze functie kunt u ervan afzien om de eerste AB-lijn manueel sturend aan te maken. In de plaats daarvan kunt u vanaf het begin uw stuursysteem gebruiken.
 
 
 
 
Functiebeschrijving
 
 
Indien in TRACK-Leader een akkergrens op het beeldscherm verschijnt, kan het systeem automatisch geleidingslijnen aanmaken. Deze geleidingslijnen zijn altijd recht en verlopen parallel tot elkaar. De eerste AB-lijn wordt als verbindingslijn tussen twee punten aangemaakt die naast de akkergrens geplaatst worden. De afstand tot de akkergrens bedraagt een halve werkbreedte.
Er worden direct meerdere geleidingslijnrecords aangemaakt. U kunt zelf beslissen welke lijnen u wilt gebruiken. De overbodige geleidingslijnrecords kunt u best wissen.
 
 
Over het algemeen bestaat de bediening uit de volgende fases:
1.
Akkergrens ter beschikking stellen: Rond de akker rijden, Shape-akkergrens in ISOBUS-TC laden of een oude akkergrens in TRACK-Leader laden.
2.
Kopakker toevoegen: Markeer daarbij de parameter “Geleidingslijnen automatisch aanmaken”.
3.
Wis overbodige geleidingslijnrecords.
4.
Kies de geleidingslijn voor het werk.
 
 
 
Procedure
 
 
 
Zo gebruikt u de automatisch aangemaakte geleidingslijnen:
þ
U bevindt zich op de te bewerken akker.
þ
U hebt een navigatie gestart.
þ
Op het beeldscherm verschijnt de akkergrens:
þ
Er zijn geen geleidingslijnen.
1.
 TL_vorgewende_erzeugen - Maak de kopakker aan.
2.
Stel de parameter “Minimale draairadius” in.
3.
Zet een vinkje bij parameter “Geleidingslijnen automatisch aanmaken”.
4.
 TL_Zurueck - Verlaat het scherm.
5.
Bevestig dat u de kopakker wilt aanmaken. U kunt hem later weer wissen.
6.
 TL_TramlineSet - Open de lijst met beschikbare geleidingslijnrecords.
De automatisch aangemaakte geleidingslijnrecords hebben de benamingen “Kopakker_(nr.)”.
 
7.
U moet nu beslissen welke geleidingslijnrecords u wilt behouden en welke u wilt wissen.
8.
Raak tweemaal een van de geleidingslijnrecords aan.
Het werkscherm verschijnt.
9.
 TL_Max_Zoom - Vergroot het aanzicht.
Het overzicht verschijnt:
 Vorgewende_3
In het overzicht ziet u twee punten: A en B
10.
Beslis of een lijn tussen de punten A en B voor een AB-lijn geschikt is.
11.
U hebt nu twee mogelijkheden:
12.
Mogelijkheid a: Indien de geleidingslijn voor de bewerking niet geschikt is, wis dan de geleidingslijnrecord.
13.
 TL_TramlineSet - Open de lijst met beschikbare geleidingslijnrecords.
14.
 TL_TramlineSet_Delete - Wis de geleidingslijnrecord. Het is altijd de gemarkeerde lijnrecord die gewist wordt. U kunt een geleidingslijnrecord markeren door deze een keer aan te raken.
15.
Mogelijkheid b: Indien u de geleidingslijn wilt behouden, kunt u de geleidingslijnrecord hernoemen.
16.
 TL_TramlineSet - Open de lijst met beschikbare geleidingslijnrecords.
17.
 TL_TramlineSet_Edit - Hernoem de gemarkeerde geleidingslijnrecord.
18.
Raak tweemaal de volgende geleidingslijnrecord aan.
19.
 TL_Max_Zoom - Vergroot het aanzicht.
Het overzicht verschijnt:
 Vorgewende_4
20.
Beslis of een lijn tussen de punten A en B voor een AB-lijn geschikt is.
21.
 TL_TramlineSet - Open de lijst met beschikbare geleidingslijnrecords.
22.
 TL_TramlineSet_Delete - Hier kunt u de geleidingslijnrecord wissen. Het is altijd de gemarkeerde lijnrecord die gewist wordt. U kunt een geleidingslijnrecord markeren door deze een keer aan te raken.
23.
Herhaal deze stappen voor alle automatisch aangemaakte geleidingslijnrecords.