Company logo
BedieningshandleidingZoekenInhoudsopgaveHome
 
 
Grenzen voor het uitrijden markeren – voor traagheidscorrectie bij Uit
In deze fase moet u markeren, waar uw veldspuit ophoudt met spuiten wanneer een bewerkte oppervlakte wordt binnengegaan. U moet ook vastleggen waar in de toekomst met uitrijden moet worden opgehouden.
Daar kunt u uit opmaken of de veldspuit te laat of te vroeg uitschakelt.
De volgende afbeeldingen laten zien welke lijnen u op de akker moet markeren om de parameter "Traagheidscorrectie bij Uit" te kunnen berekenen.
Lijnen voor de parameter "Traagheidscorrectie bij Uit". Links: Veldspuit schakelt te laat uit. Rechts: Veldspuit schakelt te vroeg uit.
P
Afstand tussen de gewenste sproeilijn Z en de daadwerkelijke sproeilijn X in cm
X
Daadwerkelijke sproeilijn
Op dit punt houdt de veldspuit op met spuiten.
Z
Gewenste sproeilijn
Hier moet de veldspuit ophouden met spuiten.
Vanwege de afbouw van druk moet een geringe overlapping van 10 cm worden gepland.
In beide gevallen (links en rechts) is de parameter "Traagheid apparaat bij Uit" verkeerd ingesteld:
Links: Veldspuit schakelt te laat uit. Traagheid moet worden verhoogd.
Rechts: Veldspuit schakelt te vroeg uit. Traagheid moet worden verminderd.
 
 
Procedure
 
 
1.
Vergelijk de markeringen op de akker met de tekeningen.
Daar kunt u nu uit opmaken of de veldspuit te laat of te vroeg uitschakelt.