Akker voor de tweede keer berijden
In deze fase moet u de bij de eerste rit bereden oppervlakte in een hoek van 90° bewerken. Vervolgens moet u controleren of de veldspuit te laat of te vroeg schakelt. Hierbij is het van belang dat u met een constante snelheid rijdt en de snelheid onthoudt.
In deze fase heeft u hulp van een of twee personen meer nodig. Deze personen zullen de rit en het gedrag van de veldspuit observeren en de grenzen voor het sproeien markeren.
Geef deze personen precieze instructies en waarschuw hen voor mogelijke gevaren.
Op de volgende afbeelding is te zien waar de waarnemers moeten staan en wat zij uiteindelijk moeten bereiken.
Rit 2
Procedure
- þ
- Tank is met helder water gevuld.
- þ
- De waarnemers staan op een veilige afstand van de spuitboom van de veldspuit.
- þ
- Navigatie met de eerste rit is begonnen.
- þ
- SECTION-Control is in de automatische modus.
- 1.
- Zet de veldspuit op een afstand van ca. 100 m in een hoek van 90° ten opzichte van de bereden oppervlakte.
- 2.
- Rijd met constante snelheid (bijv.: 8 km/h) over de reeds bewerkte oppervlakte. Onthoud hoe snel u rijdt. Sproei daarbij water.
- 3.
- De waarnemers moeten op de eerder gemarkeerde berijdingsgrenzen staan, op een veilige afstand van de spuitboom.
- 4.
- De waarnemers moeten observeren op welke posities de veldspuit ophoudt en begint met spuiten, wanneer de reeds bewerkte positie wordt gepasseerd.
- ⇨
- Nu weet u hoe de veldspuit zich gedraagt bij het berijden van een reeds bewerkte oppervlakte.
Om nog nauwkeurigere resultaten te behalen, kunt u deze procedure meerdere malen herhalen.