Veldgegevens opslaan
Procedure
- 1.
- Raak in het startscherm van de toepassing TRACK-Leader “Geheugen” aan.
- 2.
- Steek een USB-stick in de terminal. De bestanden worden onmiddellijk opgeslagen.
- ⇨
- Het toetsenbord verschijnt.
- 4.
- Voer in onder welke naam de akkergegevens moeten worden opgeslagen.
- ⇨
- De gegevens worden opgeslagen op de SD-kaart.
- ⇨
- De akker wordt uit het overzicht gewist.
- 6.
- Als u de akker direct verder wilt bewerken, dient u de akker te laden.
shp-bestanden
Bij het opslaan wordt de geladen akker naar het shp-formaat geconverteerd. De bestanden worden op de USB-stick opgeslagen in de map “SHP”.
Bij het converteren naar het shp-formaat worden bestanden met akkergegevens gemaakt. De terminal voegt de bijbehorende aanduiding aan de bestandsnaam toe:
- ▪
- _boundary = bestand met de akkergrens.
- ▪
- _obstacles = bestand met hindernispunten.
- ▪
- _workareas = bestand met bewerkingsvlakken. De bewerkingsvlakken kunnen alleen naar het SHP-formaat worden geconverteerd. Deze kunnen echter niet opnieuw worden geopend.
- ▪
- _condensedworkareas = in dit bestand wordt de gehele bewerkte oppervlakte in zones ingedeeld. Als de terminal met een ISOBUS-jobcomputer heeft gewerkt, wordt bij iedere zone de gebruikte streefwaarde opgeslagen. Dit gegevenstype kunt u gebruiken om met het GIS-programma een kaart met gewenste waarden te maken. Deze kunt u wederom in een doseerkaart veranderen.
- ▪
- _guidancepath = bestand met geleidingslijnen.
- ▪
- _headland = oppervlakte van de kopakker.