Company logo
BedieningshandleidingZoekenInhoudsopgaveHome
 
 
Informatie op het werkscherm
 
Zodra u de navigatie start, verschijnt het werkscherm. Van hieruit kunt u alle taken uitvoeren die u tijdens het veldwerk nodig hebt.
 
 
De informatie die in het werkscherm verschijnt, is verschillend naargelang het feit of SECTION-Control al dan niet werd geactiveerd.
 
 
Werkscherm na de start, bij ingeschakelde SECTION-Control
Navigatiebereik
Actuele statusinformatie
Werkbalk
Kompas
Symbool van het voertuig
Toestand van SECTION-Control
 
 
Op de volgende afbeelding ziet u welke andere informatie tijdens het werk op het werkscherm kan verschijnen.
Werkscherm tijdens het werk
Beeldscherm Lightbar
Teller en statusinformatie
Waarschuwing voor het bereiken van de akkergrens
Pijl die de positie van de gps-ontvanger symboliseert
Akkergrens
Werkbalk
Geleidingslijn
Kompas
 
 
Om het beeld in het werkscherm te vergroten of te verkleinen, kunt u de twee-vinger-zoomfunctie gebruiken. Als u het beeld alleen maar wilt verschuiven, raak dan eender welke positie op het beeldscherm aan en sleep het beeld in de gewenste richting.
Bovendien kunt u het beeld in het werkscherm centreren door op het kompas te tikken.
 
 
Als u in het bovenste gedeelte van het scherm lijnen ziet, kunt u door strijken met de vinger tussen verschillende schermen wisselen.
 
 
Geleidingslijnen
De geleidingslijnen zijn hulpmiddelen die u helpen om parallel te rijden.
Er bestaan drie soorten geleidingslijnen:
AB-lijn - Dit is de eerste geleidingslijn. Op het beeldscherm wordt deze altijd gemarkeerd met de letters A en B.
Geactiveerde geleidingslijn - Dat is de geleidingslijn die door het voertuig op dit moment wordt gevolgd. Deze is blauw gemarkeerd.
Niet-geactiveerde geleidingslijnen - geleidingslijnen die niet zijn geactiveerd.
Wanneer u een geleidingslijnrecord hebt geselecteerd, ziet u in het bovenste gedeelte van het werkscherm altijd het actueel gekozen record en de overeenkomstige geleidingslijnafstand.
 
 
Positie van de gps-ontvanger
Het midden van de grijze pijl boven de werkbalk komt overeen met de positie van de gps-ontvanger.
 
 
Werkbalk
De werkbalk symboliseert de landbouwmachine. Hij bestaat uit meerdere vierkanten. Elk vierkant komt overeen met een sectie. De kleur van de vierkanten kan tijdens het werk wijzigen.
 
 
Teller en statusinformatie
 
In dit bereik kunt u meerdere gegevens zien.
Aan de cirkels in de onderste zone van het scherm ziet u dat u tussen meerdere weergaven kunt schakelen.
1.
Beweeg uw vinger over het bereik teller:
 Finger_metrisch
De volgende weergave verschijnt.
 
 
Teller
Snelheid
Kwaliteit van het gps-signaal
Gewenste streefwaarde uit de doseerkaart
Oppervlakte:
- Op een akker zonder akkergrens: reeds bewerkte oppervlakte.
- Op een akker met akkergrens: totale oppervlakte van de akker.
Status van het systeem van de automatische besturing.
Verschijnt alleen als u de akkergrens hebt geregistreerd:
- Nog te bewerken oppervlakte.
Status van SECTION-Control:
- AUTO - SECTION-Control bestuurt de sectieschakeling van de ISOBUS-jobcomputer.
- MANU - de ISOBUS-jobcomputer wordt handmatig bediend.
 
 
 
 
Weergave van de werkbreedte met de toestand van de secties, bij aangesloten ISOBUS-jobcomputers
Referentie van de machine en de werkbreedte
Gedeactiveerde sectie
Actieve sectie
Werkmodus van SECTION-Control voor deze werkbreedte
 
 
Legende bij de gevisualiseerde sproeihoeveelheden of doseerkaarten
Referentie van de legenda
De referentie is ingesteld door de jobcomputer of door een ISO-XML-taak.
Legenda
 
 
 
Akkergrens
De akkergrens geeft de software de exacte positie van de akker en dient als richtlijn voor de berekening van de totale oppervlakte van de akker.
 
 
 
Bereden en bewerkte vlakken
De vlakken achter het symbool van de machine worden met een groene kleur gemarkeerd. Die groene kleur kan daarbij, afhankelijk van configuratie, de volgende betekenis hebben:
 
 
Bereden vlakken
 
Wanneer u alleen TRACK-Leader gebruikt, wordt het bereden vlak gemarkeerd. Het wordt gemarkeerd of de machine het vlak tijdens het berijden nu heeft bewerkt of niet.
 
 
Bewerkte oppervlakten
 
Wanneer u SECTION-Control gebruikt, worden de bewerkte vlakken gemarkeerd. Vlakken, die de machine heeft bereden maar niet heeft bewerkt, worden daarentegen niet gemarkeerd.
 
 
Als u wilt dat de software alleen bewerkte vlakken met groen markeert, doe dan het volgende:
 
 
SECTION-Control activeren
of
 
 
Werkstandsensor monteren en activeren
 
De werkstandsensor herkent, dat een landbouwmachine is ingeschakeld en geeft die informatie door aan de terminal.
 
 
 
Status van de gps-verbinding
Geeft de status van de dgps-verbinding aan.