De instellingen "Algemeen" configureren
In dit menu kunt u de weergave op het scherm instellen en enkele functies activeren.
TRACK-Leader AUTO
Met deze parameter kunt u de ondersteuning van alle varianten van het besturingssysteem TRACK-Leader AUTO activeren en deactiveren.
TRACK-Leader TOP
Met deze parameter kunt u de ondersteuning van de automatische besturing Reichhardt TRACK-Leader TOP activeren.
Mogelijke waarden:
- ▪
- "Ja"
- Automatische besturing geactiveerd.
- ▪
- "Nee"
- Automatische besturing gedeactiveerd.
TRAMLINE-Management
Met deze parameter kunt u de ondersteuning van de rijspoorschakeling TRAMLINE-Management activeren.
Rijrichtingsherkenning
Deze parameter activeert of deactiveert de automatische rijrichtingsherkenning. Zie: Rijrichting herkennen.
De parameter is in de volgende gevallen grijs en kan niet veranderd worden:
- ▪
- Wanneer een besturingssysteem TRACK-Leader AUTO of TRACK-Leader TOP aangesloten is.
- ▪
- Wanneer een rijrichtingssignaal door de ISOBUS-tractor wordt ontvangen.
Selectief markeren
Met deze parameter kunt u bepalen of bij de deactivatie van een van de binnensecties de onbehandelde oppervlakte als bewerkt in het groen moet worden gemarkeerd. Deze functie betreft enkel gevallen waarbij de buitensecties uitrijden terwijl de binnensecties gedeactiveerd zijn. Wanneer een sectie van buiten naar binnen geschakeld is, wordt met deze parameter geen rekening gehouden. Hierdoor wordt de sectieschakeling in wigvormige oppervlaktes realiteitsgetrouw weergegeven.
Links: de oppervlakte achter gedeactiveerde secties wordt groen gemarkeerd.
Mogelijke waarden:
- ▪
- “Ja”
- Wanneer een van de binnensecties gedeactiveerd wordt, wordt de oppervlakte erachter niet in het groen gemarkeerd.
- ▪
- “Nee”
- De oppervlakte achter binnensecties wordt groen gemarkeerd, ongeacht of deze al dan niet uitrijden.
- Gebruik deze functie bijvoorbeeld bij gewasbescherming in ruggenteelten. Daardoor wordt de veldspuit niet onnodig bij het keren in de kopakker geactiveerd.
Geluid Waarschuwing
Deze parameter bepaalt, of er in de buurt van akkergrenzen en ingevoerde hindernissen een waarschuwing moet klinken.
Mogelijke waarden:
- ▪
- "Ja"
- ▪
- "Nee"
Raster tonen
Schakelt een raster in het navigatiemasker in.
De afstanden tussen de rasterlijnen stemmen overeen met de ingegeven werkbreedte. De rasterlijnen worden op de assen noord-zuid en oost-west uitgelijnd.
Secties in stilstand uitschakelen
Activeer deze parameter wanneer de secties automatisch moeten worden uitgeschakeld wanneer een snelheid van 0,3 km/h of minder wordt bereikt.