Company logo
BedieningshandleidingZoekenInhoudsopgaveHome
 
 
Het besturingssysteem afstellen
 
Omdat het besturingssysteem reeds geijkt is, werkt het in vrijwel alle situaties probleemloos. Het kan echter voorkomen dat door bijzondere omstandigheden een aanpassing van de waarden noodzakelijk is. Bijvoorbeeld bij bijzondere situaties op de akker, landbouwapparaten, rijsnelheden enz.
 
 
Oorzaken uitsluiten
Wanneer het systeem niet naar tevredenheid stuurt:
1.
Controleer de kwaliteit van het GNSS-signaal.
2.
Zorg ervoor dat de ontvanger op de daartoe voorziene plaats gemonteerd is.
3.
Zorg ervoor dat u het juiste voertuig- en machineprofiel hebt gekozen.
 
 
Afstellen
Wanneer u andere oorzaken uitgesloten hebt, kunt u het besturingssysteem afstellen.
 
 
Na de kalibrering verschijnt bij elke parameter telkens de optimale waarde voor het gekozen voertuig zonder aanbouwapparaat. U kunt de waarden aan de actuele akkeromstandigheden en aan het aanbouwapparaat aanpassen door de parameters stapsgewijs te verhogen of te verlagen.
 
 
 
AANWIJZING
Plotse sterke baanafwijking van het voertuig
Alle parameterwijzigingen worden onmiddellijk, zonder herstart overgenomen.
Wanneer u een parameterwaarde sterk verhoogt, kan het voertuig met een sterke zijdelingse baanafwijking reageren.
1.
Verhoog de waarde in kleine stappen.
 
 
 
Procedure
 
 
 
Om de parameters te bekijken:
1.
Open de toepassing TRACK-Leader.
2.
Zorg ervoor dat het bij voertuig passende voertuigprofiel geactiveerd is.
3.
Start een nieuwe navigatie.
4.
Raak in het werkscherm  Settings aan.
 
 
Parameterset
Deze parameter toont u voor welke combinatie van voertuig en aanbouwapparaat de parameters geconfigureerd en opgeslagen werden.
De parameterset haalt de parameters uit twee bronnen:
uit het voertuigprofiel uit het menu TRACK-Leader AUTO.
van het aanbouwapparaat via de jobcomputer of via een virtuele jobcomputer uit de Virtual ECU.
Altijd wanneer u een bekende voertuigcombinatie aansluit, worden de voor deze voertuigcombinatie laatst gebruikte stuurparameters geladen.
 
 
Lijnregistratie
Met deze parameter kunt u beïnvloeden hoe snel het systeem in de richting van een nieuw geregistreerde geleidingslijn stuurt.
Het doel van de instelling moet zijn dat het voertuig de kortste weg neemt, zonder hierbij scherp of plotseling sterk te moeten sturen.
 
 
Stuurreactie (bij vooruit rijden)
Met deze parameter kunt u beïnvloeden hoe snel het systeem bij het vooruit rijden op stuurcommando's reageert.
 
Te hoge waarde.
Het systeem reageert te snel. Dit heeft tot gevolg dat de wielen erg onrustig zijn.
Te lage waarde.
Het systeem reageert te langzaam. De correcties vinden slechts zelden plaats.
Ideale waarde
 
 
 
 
Proportionele stuurverstelling
Met deze parameter kunt u bepalen hoe agressief de stuurreactie van de stuurmotor is.
Deze parameter is alleen relevant wanneer u de stuurmotor EZ-Pilot Pro gebruikt.