U kunt instellen bij welke kwaliteit van het gps-signaal het besturingssysteem moet werken en bij welke het moet worden gedeactiveerd.
| |
| > 25 cm (spoor-naar-spoor) |
| < 25 cm (spoor-naar-spoor) |
NMEA-kwaliteit 4: RTK fix | |
NMEA-kwaliteit 5: RTK float, TerraStar | |
NMEA-kwaliteit 9: Vreemde gps-ontvanger Voor gps-ontvangers die met NMEA-kwaliteit 9 zenden. | |
Standaard zijn de volgende NMEA-kwaliteitsniveaus gemarkeerd: 2, 4, 5.
Zo stelt u de gps-kwaliteit in:
- 1.
-
- Open de toepassing TRACK-Leader.
- 2.
- Raak “Instellingen” aan.
- 3.
- Raak “TRACK-Leader AUTO” aan.
- 4.
-
- Open de lijst met NMEA-kwaliteiten.
- 5.
- Plaats een vinkje bij de NMEA-kwaliteiten waarbij het besturingssysteem moet werken.